Psalm 40b vers 4-13a

Blad: 51v

Bid: Vers 4-8a

Kijk:

Op de tweede afbeelding bij de psalm staat in het midden een jonge Christus die zijn hand uitstrekt naar de hand van God die uit de hemel komt. Voor hem staat een lam en rechts in beeld een altaar waarop een gesloten boek ligt. Een open boek ligt er op de lezenaar achter Christus. Het ligt opengeslagen bij het begin van het Johannesevangelie en het eerste vers wordt in verkorte vorm weergegeven: In het begin was het woord bij God en God was het woord. Het is overduidelijk dat de kunstenaar deze psalm leest met het oog op Jezus Christus. Hij volgt daarin een traditie die begint bij Paulus in zijn brief aan de Hebreeën (10, 5-7). Paulus citeert de verzen 7-9 van de psalm en legt ze in de mond van Jezus: Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld… In plaats van de traditionele offers biedt Christus volgens Paulus zichzelf als offer aan. De laatste woorden die in de tekst boven het hoofd van Christus staan luiden: ecce venio – zie ik kom. Deze woorden uit de psalm klinken in de Openbaring van Johannes in het Latijn wel vier keer: Zie, ik kom spoedig (3, 11); zie, ik kom als een dief (16, 15); zie, ik kom spoedig (22, 7); zie, ik kom snel (22, 12). De associatie met de Openbaring wordt ook gelegd door het lam en het altaar.

Bid: Vers 8b-13a

Schrijf: